Sabbatschoolstudie Daniel-1
‘Filippus haastte zich naar hem toe en hoorde hem de profeet Jesaja lezen, waarop hij vroeg: “Begrijpt u ook wat u leest?”’ Handelingen 8:30
Lucas 24:25-27; 2 Petrus 3:11-13; Jona 3:3-10; Numeri 14:34; Daniël 9:23; 10:11-12.
Onze kerk is geboren vanuit de pagina’s van het boek Daniël. Dat is ons studiemateriaal voor dit kwartaal. We moeten vanaf het begin de volgende punten in ons achterhoofd houden als sjabloon om ons in onze studie door te laten leiden.
Ten eerste moeten we onthouden dat Christus altijd het middelpunt is. Dat is Hij van het boek Daniël en van de hele Bijbel.
Ten tweede is het boek Daniël zo georganiseerd dat het een grote literaire schoonheid laat zien. Dat helpt om te begrijpen waar dit boek vooral de aandacht op richt.
Ten derde moeten we het verschil begrijpen dat er is tussen klassieke en apocalyptische profetieën. Dit helpt ons onderscheid te maken tussen de profetieën van Daniël en die van anderen, zoals Jesaja, Amos en Jeremia.
Ten vierde moeten we begrijpen dat, als we de tijdsprofetieën van Daniël bestuderen, de profetische lijnen van Daniël zich uitstrekken over lange perioden en dat die worden gemeten volgens het jaar-dag principe.
Ten vijfde zullen we benadrukken dat het boek Daniël niet alleen profetische informatie geeft, maar ook diepgaand relevant is voor ons persoonlijke leven van vandaag.
Lucas 24:25-27; Johannes 5:39; 2 Korintiërs 1:19-20.
Op welke manieren is Christus het middelpunt van de Schrift?
Het staat buiten kijf dat Jezus centraal staat in de Schriften, en dat geldt ook voor Daniël: Hoofdstuk 1 laat bijvoorbeeld zien dat Daniëls ervaring lijkt op die van Christus. Het is weliswaar op een beperkte en onvolmaakte manier, maar Jezus verliet de hemel om in deze zondige wereld te leven en de confrontatie aan te gaan met de machten van de duisternis. Daniël en zijn metgezellen hebben wijsheid zoals die van Christus ontvangen om de uitdagingen van de Babylonische cultuur het hoofd te bieden.
Hoofdstuk 2 beschrijft het fenomeen van die eschatologische steen van de eindtijd. Dat vertelt ons dat het koninkrijk van Christus alle aardse koninkrijken vervangt.
Hoofdstuk 3 onthult dat Christus met zijn getrouwe dienaren in een brandende oven wandelt.
Hoofdstuk 4 laat zien hoe God Nebukadnessar voor een bepaalde periode zijn koninklijke macht ontnam, opdat hij zou begrijpen dat er ‘een stem uit de hemel klinkt’.
1 De uitdrukking ‘de hemel regeert’ herinnert ons eraan dat Christus ‘iemand is die eruitzag als een mens’.
2 Hij ontvangt de heerschappij en het koninkrijk, zoals Daniël 7 dat beschrijft.
Hoofdstuk 5 toont ons het einde van Koning Belsassar en de val van Babel. Tijdens een nacht van feestvreugde en losbandigheid valt de stad in handen van de Perzen. Dit is een voorafschaduwing van de nederlaag van de tegenstander en de vernietiging van Babylon in de eindtijd door Christus en zijn engelen.
Hoofdstuk 6 beschrijft de samenzwering tegen Daniël op een manier die lijkt op de valse beschuldigingen die de opperpriesters inbrengen tegen Jezus. Koning Darius probeert tevergeefs Daniël te sparen, net zoals Pilatus dat zonder succes met Jezus probeert te doen.
Hoofdstuk 7 laat ons Christus zien als de Zoon die het koningschap ontvangt en regeert over zijn volk. Hoofdstuk 8 gaat over Christus als priester in het hemelse heiligdom.
Hoofdstuk 9 beeldt Christus af als een offer dat wordt gebracht. Zijn dood bevestigt het verbond tussen God en zijn volk.
Hoofdstukken 10-12 verwijzen naar Christus als Michael, de opperbevelhebber, die tegen de machten van het kwaad strijdt en Gods volk zegevierend redt, zelfs van de macht van de dood.
Laten we dus in gedachten houden dat Christus centraal staat in Daniël. In elk hoofdstuk staat een ervaring of idee dat naar Christus verwijst.
Hoe kunnen we Christus centraal stellen in ons leven te midden van worstelingen en beproevingen en in tijden van geluk en welvaart? Waarom is het zo belangrijk dat we dat doen?
Een deel van Daniël werd in het Hebreeuws geschreven en een ander deel in het Aramees. De indeling van dat Aramese gedeelte van Daniël, hoofdstukken 2-7, laat een structuur zien, die helpt de centrale boodschap van dat gedeelte en van het boek te versterken.
Die ziet er zo uit:
A. Nebukadnessars visie van vier koninkrijken (Daniël 2)
B. God bevrijdt Daniëls metgezellen uit de vurige oven (Daniël 3)
C. Oordeel over Nebukadnessar (Daniël 4)
C. Oordeel over Belsassar (Daniël 5)
B. God bevrijdt Daniël uit de leeuwenkuil (Daniël 6)
A. Daniëls visie van vier koninkrijken (Daniël 7)
Deze literaire ordening benadrukt het belangrijkste punt door het in het midden te plaatsen. Dat is in dit geval C en C’, Daniël 4 en 5. God verwijdert tijdelijk het koningschap van Nebukadnessar en permanent van Belsassar. De nadruk ligt dus op Gods soevereiniteit over de koningen van de aarde. Hij vestigt ze en verwijdert ze. Herhaling is één van de effectiefste manieren om een boodschap over te brengen en een punt duidelijk te maken. God geeft Farao twee dromen over de nabije toekomst van Egypte.
In de eerste droom worden zeven vette koeien verslonden door zeven magere koeien. In de tweede droom worden zeven aren met goed graan verslonden door zeven magere en door de wind verschroeide aren. Beide dromen maken hetzelfde punt duidelijk: zeven jaren van voorspoed worden gevolgd door zeven jaren van schaarste.
In het boek Daniël gebruikt God herhaling. Het zijn vier profetische cycli, die de basisstructuur herhalen. Daardoor zien we de ultieme soevereiniteit van God. Elke belangrijke profetische lijn bekijkt het vanuit een ander perspectief. Ze beschrijven met elkaar dezelfde historische periode. Die strekt zich uit van de tijd van de profeet tot het einde. Het volgende diagram laat dat zien:
Daniël 2:44; Psalm 9:7-12; 2 Petrus 3:11-13.
Welke grote hoop bieden deze teksten wat betreft onze vooruitzichten op de lange termijn?
De profetische visioenen in Daniël zijn van een andere aard dan de meeste profetische boodschappen in het Oude Testament. Daniëls profetieën behoren tot de categorie van de apocalyptische profetie, terwijl de meeste andere profetieën van het Oude Testament tot de categorie van klassieke profetieën behoren. Het is belangrijk het fundamentele verschil tussen deze profetische genres van de Bijbelse profetie goed te begrijpen.
Apocalyptische profetieën vertonen enkele bijzondere kenmerken die hen onderscheiden van de zogenaamde klassieke profetieën:
Visioenen en dromen. In een apocalyptische profetie gebruikt God voornamelijk droombeelden en visioenen om zijn boodschap aan de profeet over te brengen. In een klassieke profetie ontvangt de profeet ‘het woord van de Heer’. Daarvan kunnen visioenen ook deel uitmaken. Het is een uitdrukking die met kleine verschillen ongeveer 1600 keer voorkomt bij de klassieke profeten.
Symboliek die is samengesteld uit meerdere delen. In de klassieke profetie is slechts in beperkte mate sprake van symboliek. Het gaat voornamelijk om symbolen die levensecht zijn. In apocalyptische profetie toont God symbolen en beelden die de realiteit van de menselijke wereld te boven gaan, zoals hybride (=samengestelde) dieren of monsters met vleugels en horens.
Goddelijke soevereiniteit en onvoorwaardelijkheid. Van klassieke profetieën is de vervulling vaak afhankelijk van de menselijke respons in het verband van Gods verbond met Israël. Apocalyptische profetieën zijn daarentegen onvoorwaardelijk. In een apocalyptische profetie onthult God de opkomst en ondergang van wereldrijken vanaf de tijd van Daniël tot de tijd van het einde. Dit soort profetieën berust op Gods voorkennis en soevereiniteit en gaat zeker gebeuren, los van menselijke keuzes.
Jona 3:3-10.
Is dit een klassieke of apocalyptische profetie? Motiveer je antwoord. Hoe zit het met Daniël 7:6?
Kennis hebben van de profetische genres is een voordeel. Ten eerste laten deze genres zien dat God verschillende benaderingen gebruikt om profetische waarheid over te brengen.5 Ten tweede kunnen we de schoonheid en complexiteit van de Bijbel beter waarderen. Ten derde helpt deze kennis ons Bijbelse profetieën te interpreteren op een manier die overeenstemt met het getuigenis van de hele Bijbel en wat terecht ‘het woord der waarheid’ uitlegt.6
Hosea 3:4-5; Amos 8:11; Zacharia 9:1.
Sommige christenen verwachten vandaag dat de laatste gebeurtenissen in de wereldgeschiedenis zullen plaatsvinden in het Midden-Oosten. Wat is er mis met deze interpretatie? Hoe kan kennis aangaande het verschil tussen apocalyptische en klassieke profetieën deze kwestie verhelderen?
Een ander belangrijk aspect dat we in gedachten moeten houden als we het boek Daniël bestuderen, is de historicistische benadering van apocalyptische profetieën. Deze benadering, ook wel beschreven als historicisme, kan beter worden begrepen wanneer je die vergelijkt met de tegengestelde standpunten van preterisme, futurisme en idealisme.
Preterisme heeft de neiging de profetische gebeurtenissen die Daniël aankondigt, te zien als vervuld in het verleden. Het futurisme beweert dat deze profetieën wachten op een toekomstige vervulling. Idealisme houdt in dat apocalyptische profetieën symbolen zijn van algemene spirituele realiteiten zonder dat ze verwijzen naar specifieke historische gebeurtenissen. Historicisme is daarentegen van mening dat God in apocalyptische profetie de ononderbroken lijn van de geschiedenis onthult vanaf de tijd van de profeet tot de tijd van het einde. Als we het boek Daniël bestuderen, dan zien we dat elk belangrijk visioen in het boek deze historische lijn herhaalt vanuit verschillende invalshoeken en met nieuwe details.7 De Adventistische pioniers begrepen de Bijbelse profetieën van Daniël en Openbaring vanuit een historicistisch perspectief. Dat geldt ook voor Ellen White.
Numeri 14:34; Ezechiël 4:5-6.
Wat zegt een ‘dag’ in de profetische taal gewoonlijk?
Als we het boek Daniël bestuderen, moeten we in gedachten houden dat profetische tijd wordt gemeten volgens het jaar-dag principe. Dat wil zeggen dat een dag in de profetie gewoonlijk gelijk staat aan één jaar in de geschiedenis. Zo moet je bijvoorbeeld de voorspelling van de 2300 avonden en morgens opvatten als een verwijzing naar 2300 jaar.8 Evenzo moet de profetie van de 70 weken worden begrepen als 490 jaar.
Dit tijdschema lijkt om enkele voor de hand liggende redenen correct te zijn:De visioenen zijn symbolisch en dus moeten de genoemde tijden ook symbolisch zijn.
De gebeurtenissen in de visioenen ontvouwen zich over lange tijdsperioden. Soms zelfs tot de ‘tijd van het einde’. De tijdspannen die betrekking hebben op deze profetieën moeten dienovereenkomstig worden geïnterpreteerd. (3) Het boek Daniël bevestigt het jaar-dag principe. Een duidelijk voorbeeld hiervan zijn de 70 weken. Die profetie strekt zich uit van de dagen van koning Artaxerxes tot de komst van Jezus als de Messias. De meest voor de hand liggende en correcte manier om betekenis te geven aan de profetische tijdsperiodes die in het boek Daniël worden gegeven, is ze te interpreteren volgens het jaar-dag principe.
Sommige van deze tijdsprofetieën strekken zich uit over honderden en zelfs duizenden jaren. Wat leert dit ons over geduld?
Reacties
Een reactie posten