feesten of niet feesten, that is the question
Kolossenzen 2:16–17
“Laat dan niemand u oordelen inzake eten of drinken, of op het punt van feestdag, nieuwe maan of sabbatten, want deze zijn een schaduw van de toekomstige dingen, maar het lichaam is van Christus.”
Voortkomend uit het gegeven dat er nog steeds stromingen zijn binnen het christendom die vinden dat niet alles uit de ceremoniele dienst is afgeschaft, de volgende vragen:
Hierbij het antwoord in vier lagen:
Wat klopt er in de redenering?
Waar zit de kernfout in de logica?
Hoe lezen Adventisten (klassiek) Jesaja 66 en Kolossenzen 2?
Wat zegt Ellen White werkelijk — en wat niet?
1. Wat klopt er wél?
Hier een paar sterke en terechte punten in Gods woord en wat Ellen White erover zegt:
✅ Het is waar dat de apostelen op sabbat predikten (Hand. 13, 16, 17, 18).
✅ Het is waar dat Jesaja 66:23 spreekt over “van sabbat tot sabbat” en “van nieuwe maan tot nieuwe maan”.
✅ Het is waar dat de ceremoniële wet typologisch naar Christus wees (offers, priesterdienst, feesten).
✅ Het is waar dat Kolossenzen 2:14 spreekt over iets dat “tegen ons getuigde” en “aan het kruis genageld” werd.
✅ Het is ook waar dat Ellen White zegt dat zowel de morele als de ceremoniële wet mensen tot Christus leiden (SM 1, p. 232).
Dus: dit is geen onzin-argumentatie. De vragen zijn serieus en verdienen een serieus antwoord.
2. De kernfout: een categorie-fout (genre- en functie-mix)
De grootste denkfout zit hier:
Dat klinkt logisch, maar het verwart drie verschillende categorieën:
Morele wet (eeuwig normatief) – bijv. de Tien Geboden
Typologische/ceremoniële instellingen – schaduwen die naar Christus wijzen
Profetisch/poëtisch taalgebruik over aanbidding in de toekomst
Jesaja 66 is profetisch-beeldende taal
Jesaja 66 gebruikt OT-tempeltaal om iets universeels te zeggen:
Net zoals we zeggen:
Als je Jesaja 66 letterlijk-ceremonieel neemt, dan moet je ook:
weer een tempel met offers hebben
priesterdienst herstellen
rituele reinigingen toepassen
dierlijke offers brengen
Maar dat botst frontaal met Hebreeën 7–10.
Dus: of Jesaja 66 is symbolisch-liturgisch taalgebruik, of je moet het hele offersysteem terughalen. Je kunt niet selectief alleen de nieuwe maan eruit pikken.
3. Kolossenzen 2:14–17 — wat is “het handschrift”?
Paulus zegt:
Let op de driedeling:
feestdag (jaarlijks)
nieuwe maan (maandelijks)
sabbatten (ceremoniële rustdagen in het feestsysteem)
Dit is exact dezelfde triade als in:
- 1 Kron. 23:31en ook bij het brengen van alle brandoffers voor de HEERE, op de sabbatten, de nieuwemaansdagen en de feestdagen, voortdurend voor het aangezicht van de HEERE staan in een aantal zoals voor hen bepaald was.
- 2 Kron. 2:4Zie, ik ga een huis voor de Naam van de HEERE, mijn God, bouwen, om Hem te heiligen, om voor Zijn aangezicht geurig reukwerk in rook te laten opgaan, voor het voortdurend uitgestalde brood, en voor de brandoffers voor de ochtend en voor de avond, op de sabbatten, en op de nieuwemaansdagen, en op de vastgestelde tijden van de HEERE, onze God. Dit is voor eeuwig ingesteld in Israël.
- Ezechiël 45:17Op de vorst rust de taak te zorgen voor de brandoffers, het graanoffer en het plengoffer op de feesten, op nieuwemaansdagen en op de sabbatten: op alle feestdagen van het huis van Israël. Hij moet zorgen voor het zondoffer, het graanoffer, het brandoffer en de dankoffers om verzoening te doen voor het huis van Israël.
- Hosea 2:10Ik zal al haar vreugde doen ophouden, haar feesten, haar nieuwemaansdagen en haar sabbatten, ja, al haar feestdagen.
➡️ Dat is standaard OT-taal voor het ceremoniële kalenderstelsel, niet voor het vierde gebod.
Adventisten maken daarom klassiek dit onderscheid:
❌ Niet afgeschaft: de zevende-dag-sabbat van de Tien Geboden
✅ Wel vervuld/beeïndigd: de ceremoniële schaduw-sabbatten, feesten en offers
Ellen White is daar heel consistent in:
Ze zegt niet dat de feesten als rituele verplichtingen blijven doorlopen na het kruis.
4. Wat bedoelt Ellen White met “beide wetten leiden tot Christus”?
Die quote uit Selected Messages 1, p. 232 zegt:
Beide (morele en ceremoniële) wetten leiden tot Christus.
Dat betekent:
De morele wet toont je zonde → je hebt een Redder nodig
De ceremoniële wet beeldde uit hoe die Redder zou verlossen
Ze zegt juist herhaaldelijk:
De offers stopten
De rituele dienst stopte
De schaduwen vonden hun vervulling in Christus
De morele wet bleef als norm
5. De echte logische fout in dit denken.
De fout is deze sprong:
Maar:
Jesaja 66 bewijst voortdurende aanbidding, niet herinvoering van het ceremoniële systeem
Kolossenzen 2 zegt juist dat feesten & nieuwe manen schaduwen waren
Hebreeën 8–10 zegt dat het oude stelsel verouderd en voorbijgegaan is
Ellen White zegt dat de rituele wet eindigde bij het kruis
Dus de conclusie:
❌ “De feesten zijn nog bindend”volgt niet uit de aangehaalde teksten.
6. Hoe houden Adventisten dit wél consistent?
De klassieke, bijbels consistente lijn is:
✅ De sabbat van het vierde gebod = deel van de morele wet = blijvend
✅ De ceremoniële feesten, offers, nieuwe manen = schaduwen = vervuld in Christus
✅ Jesaja 66 gebruikt tempel- en kalender-taal om universele, voortdurende aanbidding te beschrijven
❌ Niet: een herinvoering van het Mozaische rituele systeem
7. Eerlijk en respectvol samengevat
Je aangehaalde betoog:
✔️ Stelt scherpe en terechte vragen
✔️ Ziet terecht dat Adventisten soms slordig redeneren
❌ Maakt een categorie-fout tussen profetische beeldtaal en wetssystemen
❌ Negeert de duidelijke NT-uitspraken over het einde van het ceremoniële stelsel
❌ Leest Ellen White verder dan zij zelf gaat
8. De kernstrategie van met betrekking tot dit denken
Het verbindt Jesaja 66:23 (sabbat + nieuwe maan in de nieuwe aarde)
Aan Leviticus 23 (feestkalender)
En zegt dan:
“Zie je wel? Sabbat en feesten horen bij hetzelfde systeem, dus als de sabbat blijft, moeten de feesten ook blijven.”
Dat is retorisch sterk, maar exegetisch zwak.
Waarom?
9. Fout #1 – Jesaja 66 letterlijk-liturgisch lezen
Jesaja 66 is apocalyptisch-profetische taal, geen herinvoering van het Mozaische cultussysteem.
In hetzelfde hoofdstuk lees je ook:
Dat er priesters en Levieten uit de heidenen genomen worden (Jes 66:21)
Dat er offers gebracht worden (Jes 66:20)
Dat er een tempelcontext verondersteld wordt
Als je deze methode consequent toepast, moet je dus ook:
Een levitisch priesterschap herstellen
Een tempelcultus herstellen
Offers opnieuw instellen
Maar dat botst frontaal met Hebreeën 7–10 en met Ellen White zelf.
Dus hier selectieve literaliteit toegepast:
Nieuwe maan = letterlijk verplicht
Offers/priesterschap = plots “symbolisch” of genegeerd
Dat is geen gezonde hermeneutiek.
10. Fout #2 – De “sabbat” van Jesaja 66 =/= automatisch het 4e gebod
In het OT is “sabbat” een brede term:
Wekelijkse sabbat (4e gebod)
Jaarlijkse sabbatten (Lev 23, 25)
Feestsabbatten
Landrust-sabbatten
Kolossenzen 2:16 gebruikt exact dezelfde driedeling:
Feestdag – nieuwe maan – sabbatten
Dit denken verwart:
- De morele sabbat van Exodus 20met
De cultische sabbatten van Leviticus 23
En bouwt daar een heel systeem op.
11. Fout #3 – “Eeuwige verordening” verkeerd begrepen
Leviticus zegt meerdere keren: “een eeuwige verordening”.
Maar:
Het priesterschap van Aäron heet ook “eeuwig” (Ex 40:15)
De besnijdenis heet “eeuwig” (Gen 17:13)
Het offerstelsel heet “eeuwig”
En toch zegt Hebreeën:
“Eeuwig” (עוֹלָם / olam) betekent in het Hebreeuws vaak:
“voor de volle duur van het bedoelde tijdperk / verbond”
Niet: “absoluut eindeloos in alle heilsbedelingen”.
Dit wordt hier volledig genegeert.
12. Fout #4 – Ellen White verkeerd gebruikt
De quote uit Selected Messages 1, p. 232 zegt:
Beide wetten leiden tot Christus.
Dat betekent:
De morele wet veroordeelt → je hebt een Redder nodig
De ceremoniële wet beeldt die Redder uit
Maar Ellen White is glashelder elders:
“Het ceremoniële stelsel … eindigde bij het kruis.” (PP, hfd. 32)
Hier gebruikt men haar woorden tegen haar eigen, veel uitgebreidere, onderwijs in.
Dat is klassiek proof-texting.
13. Fout #5 – Kolossenzen 2 verkeerd beperkt
Paulus zegt dat:
Feestdagen
Nieuwe manen
Sabbatten
… schaduwen zijn, vervuld in Christus.
In het anders denken wordt gezegd:
“Ja, maar dat gaat alleen over offers.”
Maar dat staat er niet.
Er staat:
“Laat niemand u oordelen inzake …”
Het gaat over het hele cultische kalender-systeem als verplichting.
14. Wat is het echte probleem hier?
Deze anders denkende methode:
✔️ Gebruikt veel Bijbelteksten
❌ Negeert genre (profetisch vs. wetstekst)
❌ Verwisselt categorieën (moreel vs. ceremonieel)
❌ Past selectieve literaliteit toe
❌ Bouwt een doctrine op typologie die het NT expliciet afsluit
Dat is precies waarom de Adventkerk deze denkwijze altijd als exegetisch onbetrouwbaar en theologisch gevaarlijk heeft gezien.
15. Samengevat
De redenering die jij hier wordt geciteert:
❌ Is niet bijbels consistent
❌ Maakt meerdere hermeneutische fouten
❌ Misbruikt Jesaja 66
❌ Gaat in tegen Hebreeën, Kolossenzen en Ellen White zelf
✔️ Klinkt logisch aan de oppervlakte, maar stort in bij grondige exegese
Ik zal het in duidelijke blokken doen:
Wat bedoelt Paulus in 1 Korinthe 5:7–8 echt?
Is “vervullen” hetzelfde als “blijven onderhouden in rituele vorm”?
Vierde Paulus de feesten als wetsplicht of als missionaire/praktische context?
Wordt Ellen White hier correct geciteerd en gebruikt?
De kernfouten in de redenering samengevat
16. 1 Korinthe 5:7–8 — letterlijk feest vieren of geestelijke metafoor?
Paulus schrijft:
Let goed op wat hij niet zegt:
Hij geeft geen datum
Geen kalenderinstructie
Geen ritueel voorschrift
Geen oproep om naar Jeruzalem te gaan
Geen bevel om 7 dagen letterlijk ongezuurd brood te eten
Hij gebruikt Pascha-taal als morele metafoor:
Zuurdeeg = zonde in de gemeente
Uitzuiveren = tucht en heiliging
Ongezuurd = oprechtheid en waarheid
Dit is precies zoals Paulus ook elders doet:
“Onze doop in Christus” = geen letterlijke Rode Zee
“Onze offerande” = geen letterlijk altaar
“Onze besnijdenis” = van het hart (Rom. 2:29; Kol. 2:11)
➡️ 1 Kor. 5 is typologisch en ethisch, niet liturgisch-kalenderisch.
Dus nee: deze tekst herstelt het Pascha niet als verplichte feestdag.
17.1 “Vervullen” (Matt. 5:17) ≠ “ritueel blijven uitvoeren”
Jezus zegt:
Maar het NT legt zelf uit wat dat betekent:
Offers → vervuld in Christus (Hebr. 9–10) → stoppen
Priesterschap → vervuld in Christus → veranderd (Hebr. 7)
Tempel → vervuld in Christus → geestelijk (Joh. 2:19–21)
Besnijdenis → vervuld → hart, niet vlees (Rom. 2:28–29)
Niemand zegt:
De schaduw heeft zijn werkelijkheid bereikt.
hier wordt een equivocatie-fout:
- Hier wordt “vervullen” behandelt alsof het betekent: blijven uitvoeren in aangepaste vormTerwijl het NT het gebruikt als: de typologie bereikt haar doel en verliest haar rituele functie.
17.2 Er bestaan verschillende categorieën van “vervulling”.
In het NT zie je minstens drie manieren waarop iets “vervuld” kan worden:
A) Profetische vervulling
Profetie → gebeurtenis → profetie heeft haar doel bereikt
Voorbeeld: Messiaanse profetieën
Ze blijven niet als profetie doorlopen
B) Morele/ethische vervulling
Wet → krijgt diepere, vollere betekenis
Voorbeeld: “Gij zult niet doden” → ook haat in het hart (Matt. 5)
Hier is geen afschaffing, maar verdieping en internalisering
C) Typologische/ceremoniële vervulling
Schaduw → werkelijkheid (Christus)
Voorbeeld: offers, priesterschap, Pascha, heiligdom
Hier geldt: schaduw heeft zijn doel bereikt → systeem verliest zijn bindende functie
Dit is precies wat Hebreeën 8–10 uitlegt
18. Waarom gaat deze visie hier de mist in?
Omdat hij:
“Vervullen” maar één betekenis geeft: blijven uitvoeren in nieuwe vorm
Terwijl het NT zelf laat zien:
Soms betekent vervullen = verdiepen
Soms betekent vervullen = vervangen
Soms betekent vervullen = afronden en afsluiten
Hebreeën gebruikt bewust andere woorden dan Mattheüs 5 om te laten zien:
19. Vierde Paulus de feesten als wetsplicht?
Ja, Paulus was soms aanwezig tijdens Joodse feesten. Maar:
Belangrijk verschil:
❌ Niet: “Omdat de wet het gebiedt”
✅ Wel: “Omdat hij Joden wilde winnen” (1 Kor. 9:19–23)
Paulus zegt zelf expliciet:
En ook:
In Handelingen zie je:
Paulus gaat naar synagogen
Is in Jeruzalem tijdens feesten
Gebruikt Joodse kalender-momenten
Maar nergens zegt hij:
“Gemeenten, jullie móéten dit onderhouden.”
Integendeel:
Galaten 4:10–11 → Paulus is bezorgd als men dagen/maanden/jaren als verplichting ziet
Romeinen 14:5–6 → Vrijheid in het houden van dagen
Kolossenzen 2:16 → Geen oordeel hierover
Dus: beschrijvend ≠ voorschrijvend.
20. Ellen White, Testimonies vol. 2, p. 573 — wordt dit correct gebruikt?
De quote gaat over:
God vraagt vandaag dezelfde toewijding en offers als toen.
De context (heel belangrijk!) is:
Vrijgevigheid
Zelfopoffering
Toewijding
Niet: herinvoering van het feeststelsel
Ellen White leert elders heel duidelijk:
Dit gedachten goed:
Haalt één passage eruit
Leest er kalenderplicht in
Terwijl de context gaat over geest van offer en toewijding, niet over rituele naleving
Dat is contextbreuk.
21. Over het Heilig Avondmaal en de datum/tijd
Het NT zegt:
“Zo dikwijls gij dit brood eet…” (1 Kor. 11:26)
Niet:
Eén keer per jaar
Alleen op 14 Abib
Alleen ’s avonds
Alleen met Joodse kalender
De vroege kerk:
Brak brood vaak (Hand. 2:46; 20:7)
Niet alleen met Pascha
Niet gebonden aan Jeruzalem
Niet gebonden aan de Joodse kalender
Net zoals:
Christus ons Paaslam is → we slachten geen lam meer
Hij onze Hogepriester is → we hebben geen aardse priesterdienst meer
22. De kernfouten in deze redenering
Samengevat maakt deze deze gedachtengoed-lijn:
❌ Metafoor = kalendergebod
❌ Beschrijving = voorschrift
❌ Vervulling = voortzetting
❌ Contextloze citaten van Ellen White
❌ Negeert Hebreeën, Galaten, Kolossenzen, Romeinen
❌ Bouwt doctrine op narratieve teksten
❌ Herstelt schaduwen die het NT expliciet als vervuld verklaart
23. Eind antwoord
Nee — deze redenering is:
❌ Niet exegetisch solide
❌ Niet in lijn met Paulus’ eigen theologie
❌ In strijd met Hebreeën 7–10 en Kolossenzen 2
❌ Gebaseerd op selectief citeren van Ellen White
❌ Typisch voor equivocatie-hermeneutiek
Ze klinkt bijbelgetrouw, maar mengt categorieën en leest plichten in teksten die vrijheid onderwijzen.


Reacties
Een reactie posten