man en vrouw schiep Hij hen

De scheppingsorde, onze identiteit en het bijbelse mensbeeld

Kerntekst: Genesis 1:27 (HSV
"En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen."

1. Inleiding – Waar begint onze identiteit?

"In het begin schiep God de hemel en de aarde." Met deze woorden opent de Bijbel niet alleen de geschiedenis van de wereld, maar legt zij ook het fundament voor ons denken over God, de mens en onze identiteit.

De Bijbel begint niet met een evolutionair proces waarin de mens uiteindelijk zijn plaats in de natuur ontdekt. Zij begint met een Schepper die bewust, doelgericht en met wijsheid alles tot stand brengt.

De mens is geen toevallig eindproduct van een ongericht proces. Hij is een schepsel van God, geschapen naar Zijn beeld.

Dat heeft verstrekkende gevolgen voor de manier waarop wij naar onszelf kijken. Onze identiteit begint niet bij onze gevoelens, onze persoonlijke overtuigingen of de maatschappelijke opvattingen van onze tijd. Zij begint bij Hem die ons geschapen heeft.

In Genesis 1 en 2 wordt iets bijzonders duidelijk: God schiep de mens mannelijk en vrouwelijk. Dat onderscheid is geen menselijke uitvinding, maar maakt deel uit van de oorspronkelijke schepping.

Wanneer wij het bijbelse scheppingsmodel loslaten en een ander mensbeeld als uitgangspunt nemen, raken wij niet alleen een verklaring voor het ontstaan van het leven kwijt. Ook onze kijk op de mens, zijn lichamelijkheid, zijn identiteit en zijn plaats binnen Gods schepping kan daardoor veranderen.

De vraag die wij daarom moeten stellen is: Wie heeft het recht om te bepalen wie wij zijn: onze Schepper of de mens zelf?

2. De eerste mens – Adam en Eva

Genesis 2 geeft ons een nadere beschrijving van wat in Genesis 1 in hoofdlijnen wordt verteld.

God schiep eerst Adam uit het stof van de aarde. Vervolgens stelde Hij vast dat het niet goed was dat de mens alleen zou zijn.

Genesis 2:18 (HSV):

"Ook zei de HEERE God: Het is niet goed dat de mens alleen is; Ik zal een hulp voor hem maken als iemand tegenover hem."

Daarna lezen wij hoe God een vrouw maakte uit een rib die Hij uit Adam genomen had.

Genesis 2:21-22 beschrijft hoe God de vrouw vormde en haar bij de man bracht.

Dit is een opmerkelijk gegeven. Adam en Eva zijn niet twee toevallige varianten van hetzelfde menselijke wezen. Zij zijn twee onderscheiden, maar gelijkwaardige personen, die samen het menselijk leven vertegenwoordigen.

En dan komt een belangrijk detail:

  • Adam werd als eerste geschapen.

  • Eva werd uit Adam genomen.

  • Eva werd door God als vrouw gevormd.

  • Samen ontvingen zij de opdracht om vruchtbaar te zijn en de aarde te vervullen.

De vrouw is niet minder mens dan de man. Beiden dragen het beeld van God.

3. Wie at van de verboden vrucht?

Genesis 3:6 (HSV):

"En de vrouw zag dat die boom goed was om ervan te eten en dat hij een lust was voor het oog, ja, een boom die begerenswaardig was om er verstandig door te worden; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en hij at ervan."

De Bijbel laat hierover geen onduidelijkheid bestaan:

Eva at als eerste van de verboden vrucht. Adam at vervolgens eveneens.

Maar let op: de zondeval veranderde niet de scheppingsorde die God had ingesteld. De mens verloor zijn oorspronkelijke onschuld en kwam onder de macht van de zonde, maar God maakte van Adam geen vrouw en van Eva geen man.

De gevolgen van de zondeval waren ingrijpend. De verhouding tussen God en mens, tussen man en vrouw en tussen mens en schepping werd aangetast.

Toch bleef de mens mens, geschapen naar Gods beeld.

4. Uit wie werd de rib genomen?

Genesis 2:22 (HSV):

"En de HEERE God bouwde de rib die Hij uit Adam genomen had tot een vrouw en Hij bracht haar bij Adam."

Dit vers heeft een bijzondere betekenis.

Eva werd niet uit het hoofd van Adam genomen om over hem te heersen, noch uit zijn voeten om door hem vertrapt te worden. Zij werd uit zijn zijde genomen.

Het beeld van de zijde spreekt tot de verbeelding: naast hem, als zijn metgezel.

Man en vrouw zijn verschillend, maar niet ongelijkwaardig. Zij zijn geschapen om elkaar aan te vullen en samen Gods opdracht te vervullen.

Dat brengt ons bij een fundamenteel beginsel: gelijkwaardigheid betekent niet dat er geen onderscheid bestaat.

5. Wie werd de moeder van alle levenden?

Genesis 3:20 (HSV):

"En Adam gaf zijn vrouw de naam Eva, omdat zij moeder van alle levenden is geworden."

Ook hier geeft de Bijbel een duidelijk antwoord.

Eva werd de moeder van alle levenden.

Niet Adam, maar Eva kreeg deze bijzondere aanduiding. Het moederschap is verbonden met haar vrouwelijke lichaam en haar vermogen om nieuw leven voort te brengen.

Hier zien wij opnieuw dat de Bijbel het onderscheid tussen man en vrouw niet als een bijkomstigheid beschrijft. Het maakt deel uit van Gods scheppingswerk.

De biologische werkelijkheid van man en vrouw heeft een betekenis die verder gaat dan alleen een lichamelijk onderscheid.

6. Jezus bevestigt het scheppingsmodel

Mattheüs 19:4-6 (HSV):

"Maar Hij antwoordde en zei tegen hen: Hebt u niet gelezen dat Hij Die de mens gemaakt heeft, hen van het begin af mannelijk en vrouwelijk gemaakt heeft,

en gezegd heeft: Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn,

zodat zij niet meer twee zijn, maar één vlees? Dus, wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden."

Dit is misschien wel een van de belangrijkste gedeelten voor deze studie.

Jezus verwijst rechtstreeks naar Genesis. Wanneer Hij spreekt over het huwelijk, gaat Hij terug naar het begin.

Hij zegt niet dat het onderscheid tussen man en vrouw een tijdelijke maatschappelijke constructie is. Hij verwijst naar Gods oorspronkelijke scheppingsdaad.

Daarmee bevestigt Jezus het gezag van het scheppingsverhaal als fundament voor het menselijk leven en het huwelijk.

Het is belangrijk dat wij dit opmerken: Jezus bouwt Zijn onderwijs over het huwelijk op de schepping, niet op de veranderende opvattingen van de samenleving.

7. Wanneer het biologische plaatsmaakt voor gender

Hier komen wij bij het vraagstuk dat aanleiding geeft tot deze studie.

In onze samenleving wordt steeds vaker gesproken over genderidentiteit, waarbij iemands ervaren identiteit wordt onderscheiden van het biologische geslacht.

We moeten daarbij twee zaken uit elkaar houden:

  • Biologisch geslacht: de lichamelijke werkelijkheid waarmee een mens geboren wordt.

  • Genderidentiteit: de manier waarop iemand zijn of haar eigen gender beleeft en ervaart.

Het bestaan van mensen die worstelen met hun lichamelijke of persoonlijke identiteit mogen wij niet ontkennen. Ieder mens verdient respect, waardigheid en liefde.

Maar daarmee hoeven wij niet onze overtuiging over de schepping los te laten.

Vanuit het bijbelse mensbeeld is het lichaam geen toevallig omhulsel dat losstaat van wie wij werkelijk zijn. God heeft de mens als een geheel geschapen.

Onze lichamelijkheid maakt deel uit van onze identiteit.

Wanneer wij de mens uitsluitend vanuit zijn eigen gevoelens en zelfbeschikking definiëren, ontstaat er een spanning met het bijbelse uitgangspunt dat onze identiteit allereerst geworteld is in Gods scheppingswerk.

En hier raakt dit vraagstuk ook aan het grotere verschil tussen het scheppingsmodel en het evolutionaire wereldbeeld.

Wanneer de mens zichzelf niet langer ziet als een schepsel met een door God gegeven oorsprong en bestemming, verandert ook het fundament waarop hij zijn identiteit bouwt.

Dat is een levensbeschouwelijke kwestie die veel verder reikt dan de discussie over man en vrouw.

Daarom moeten wij onszelf afvragen: als wij God niet langer als uitgangspunt nemen om te begrijpen wie wij zijn, waar zoeken wij dan uiteindelijk ons antwoord?

8. De diepere strijd: Wie bepaalt wie de mens is?

De discussie over schepping en evolutie gaat uiteindelijk niet alleen over de ouderdom van de aarde of het ontstaan van soorten.

Zij raakt aan een veel fundamentelere vraag: wie is de mens?

Vanuit het scheppingsmodel is de mens een schepsel van God. Zijn waarde, bestemming en identiteit zijn verbonden met zijn Schepper.

Vanuit een naturalistisch evolutionair wereldbeeld wordt de oorsprong van de mens verklaard zonder een Schepper als noodzakelijke uitgangspositie. Dat betekent niet dat iedere aanhanger van evolutie dezelfde opvattingen over gender heeft. Maar het betekent wel dat beide wereldbeelden verschillende uitgangspunten hebben voor de betekenis van het menselijk bestaan.

De Bijbel leert ons dat wij niet van onszelf zijn. Wij zijn door God geschapen.

1 Korinthe 6:19-20 (HSV) herinnert ons eraan dat wij niet van onszelf zijn, maar dat wij God toebehoren.

Daarom mogen wij onze identiteit niet uitsluitend laten bepalen door wat wij voelen, denken of maatschappelijk wenselijk vinden.

De Schepper kent Zijn schepping. En wie wil begrijpen wie de mens werkelijk is, moet beginnen bij Gods Woord.

9. Ellen White – De schepping als fundament

Ellen G. White benadrukt in Patriarchs and Prophets, hoofdstuk 2, dat de mens door God geschapen is en dat de schepping een doelbewuste daad van de Schepper was.

Zij schrijft:

"The creation of man was a wonderful event."

Bron: Ellen G. White, Patriarchs and Prophets, hoofdstuk 2, The Creation.

Haar bredere beschrijving van de schepping onderstreept dat de mens niet het product is van een toevallig proces, maar het werk van een persoonlijke Schepper.

10. Persoonlijke toepassing

Wanneer wij Genesis 1 en 2 lezen, worden wij uitgenodigd om opnieuw naar onszelf te kijken.

  • Ik ben geen toevallig product van de natuur.

  • Mijn bestaan heeft een oorsprong in God.

  • Mijn lichaam maakt deel uit van Gods scheppingswerk.

  • Man en vrouw zijn beiden naar Gods beeld geschapen.

  • Verschil betekent geen minderwaardigheid.

  • Mijn identiteit en waardigheid zijn niet afhankelijk van maatschappelijke erkenning.

En misschien is dit wel de belangrijkste gedachte: wij hoeven niet zelf onze Schepper te worden. Wij mogen ontdekken wie wij zijn in het licht van Hem die ons gemaakt heeft.

11. Conclusie – Terug naar het begin

De Bijbel begint met de woorden:

"In het begin schiep God de hemel en de aarde."

En wanneer wij verder lezen, ontdekken wij dat God ook de mens schiep, mannelijk en vrouwelijk.

Eva at als eerste van de verboden vrucht. De rib werd uit Adam genomen om Eva te vormen. Eva werd de moeder van alle levenden.

Dit zijn geen onbelangrijke details. Zij maken deel uit van het bijbelse getuigenis over de oorsprong van de mens.

Jezus Zelf verwijst in Mattheüs 19 terug naar deze oorspronkelijke schepping.

Daarom mogen wij ons niet laten leiden door de gedachte dat iedere generatie opnieuw moet bepalen wat de mens is.

De vraag is niet alleen wat de mens vandaag over zichzelf zegt, maar ook wat God vanaf het begin over de mens heeft gezegd.

Wie het begin niet meer kent, loopt het risico ook zijn bestemming uit het oog te verliezen.

En daarom moeten wij terug naar Genesis.

Niet om mensen te veroordelen, maar om opnieuw te ontdekken wat God bedoeld heeft toen Hij de mens schiep.

12. Gebed

Hemelse Vader,

Dank U dat U onze Schepper bent. Dank U dat ons bestaan geen toeval is, maar voortkomt uit Uw liefde en wijsheid.

Help ons om Uw Woord als uitgangspunt te nemen bij het begrijpen van onszelf en de wereld om ons heen.

Geef ons wijsheid om onderscheid te maken tussen menselijke opvattingen en Uw eeuwige waarheid. Bewaar ons ervoor om mensen te veroordelen, maar geef ons tegelijkertijd de moed om vast te houden aan wat U ons in Uw Woord hebt geopenbaard.

Leer ons opnieuw de waarde van Uw scheppingswerk te zien en met respect en liefde om te gaan met ieder mens.

In Jezus' naam.

Amen.

THEO-LOOG | Bijbels Kompas

Terug naar het begin. Terug naar de Schepper. Terug naar Zijn Woord.

Een inhoudelijke gedachte voor verdere verdieping

Ik zou deze studie uiteindelijk willen laten rusten op drie belangrijke Bijbelse pijlers:

  1. Genesis 1–2: De oorsprong en identiteit van de mens.

  2. Mattheüs 19:4-6: Jezus bevestigt de scheppingsorde.

  3. Romeinen 1:20-25: De verhouding tussen de Schepper en het schepsel.

Dit gaat uitsluitend niet over gender, maar over een diepere vraag wie het gezag heeft om de mens te definiëren: de Schepper of het schepsel.

Reacties

Populaire posts